De wetenschap hindert de topsport

De wetenschap hindert de topsport. Als het aan oud-schaatser en huidig wetenschapper Beorn Nijenhuis ligt komt er een digitaal startsysteem bij het schaatsen. Hij heeft de huidige startprocedure onderzocht en komt tot de conclusie dat hoe langzamer de starter, hoe langzamer de eindtijd van de schaatser. Oneerlijk? Nee, het is  de charme van het schaatsen en onvoorspelbaarheid maakt topsport juist zo boeiend.

Inspanningsfysioloog Jos Geijsel vertelde mij laatst dat onze, door hem gegeven, fysieke trainingen met het Nederlands hockeyelftal in de jaren negentig, onnozel waren. Met de kennis van nu heeft Geijsel zijn visie drastisch bijgedraaid. Duurlopen in het Amsterdamse bos zijn contra-productief. Helemaal stuk van zo’n training betekende fysiologisch gezien het weggooien van een volgend trainingsmoment. Misschien klopt het theoretisch, maar wij wonnen er wel WK goud en Olympisch goud mee.

De wetenschap kan op basis van onderzoek, statistieken en cijfertjes van alles analyseren, maar gezond verstand en de mentale component zijn niet in cijfertjes te vangen. Gelukkig maar. De kern van topsport is het gevecht tussen mensen die grenzen opzoeken verleggen en waar de uitkomst elke keer onzeker is. Sport wordt vooraf beleefd en achteraf begrepen. Laten we dat vooral zo houden. Ik moet er niet aan denken dat de wetenschap het voor elkaar krijgt dat we straks kunnen zeggen: sport wordt vooraf begrepen en achteraf beleefd.

Sprekers in dit artikel