Olympisch goud

Het is 14 juni 2014, een stadion vol uitzinnige hockeyfans heeft net de Nederlandse vrouwen wereldkampioen zien worden. De WK-finale is mijn laatste wedstrijd, bovendien trek ik die dag voor de 200e keer het Oranje-shirt aan. Nog een keer mag ik met mijn team de hoogste trede van het erepodium betreden, een mooier afscheid van het internationale hockeytoneel is bijna niet denkbaar. Zeker niet als ook mijn doelpunt tegen Nieuw-Zeeland wordt gekroond tot mooiste van het toernooi.

Hoe anders ziet mijn hockeyleven er in 2008 uit. Bondscoach Marc Lammers heeft net de deur naar de olympische droom definitief dicht gedaan. Maandenlang heb ik zes dagen in de week gerevalideerd van een zware knieblessure, met maar een doel in mijn hoofd, de Olympische Spelen van Beijing. Bondscoach Lammers besluit anders, hij vindt me niet fit en dus niet goed genoeg. Geen Beijing, maar op uitnodiging van een sponsor besluit ik toch naar China te reizen. En daar, voor de gesloten poort van het Olympisch atletendorp vormt zich misschien wel het belangrijkste kantelpunt uit mijn hockeyloopbaan. Op dat moment 27 jaar oud, besef ik dat er nog een kans is op Olympisch goud, Londen 2012. Vier jaar lang moet alles voor hockey opzij en stel ik mezelf voortdurend essentiële vragen over mijn fysieke gesteldheid, het teamproces en de rol van de coach. Na hard knokken, keer ik terug in de selectie en maak op dat moment deel uit van de beste hockeyploeg van de wereld.

We ontpoppen ons tot een onverslaanbare machine, die niet alleen uitstekend hockeyt maar die buitengewoon professioneel met sport omgaat. Het teambelang staat altijd voorop, geen enkel individu is groter dan de ploeg. Alleen ben je sneller, samen kom je verder is het credo dat ik graag loslaat op dit unieke groepsproces, dat van ons niet alleen een onverslaanbare sportploeg maakt, maar ook een kentering brengt in de manier waarop naar vrouwenhockey wordt gekeken. De commerciële aandacht groeit, maar iedere vorm van afleiding van het sportieve doel is uitgesloten. Onverstoorbaar werken we met onze nieuwe bondscoach Max Caldas richting de Olympische Spelen. Niets staat succes in de weg, totdat in een laatste oefenwedstrijd basisspeelster Willemijn Bos zwaar geblesseerd raakt, weg Spelen, weg droom. Wat doet dit met de speelsters, wat doet de afwezigheid van een steunpilaar met de mentale balans van een team? Jarenlang investeren in het groepsproces, eindeloze feedbacksessies, een survivalkamp met mariniers, al deze vormen van teambuilding bewijzen hun waarde op het moment dat het moet. De focus blijft, We winnen in de Olympische finale van aartsrivaal Argenitinie. Vier jaar na mijn blik op de gesloten poort in Beijing stapt ik nu wel met goud omhangen breed lachend het Olympisch dorp binnen.

Sprekers in dit artikel